Installatie Fort Edam

Verlaten Forten en het gore gras
Onder het nimmer ritselen van regen

Deze zin, waarmee Paul van Ostaijen* (1896-1928) het gedicht Verlaten Forten begint kwam bij mij boven toen ik in April 2014 voor het eerst in mijn leven Fort Edam bezocht.
Tijdens de rondleiding kreeg ik het idee om voor de tentoonstelling MOBILISATIE “iets” te maken wat van binnen naar buiten ging en van buiten weer naar binnen….
De voor mijn doen versoberde installatie in de officierskamer is het resultaat waaraan ik het volgende wil toevoegen:

Wanneer het tromgeroffel door de tijd
is verworden tot ritselen
Wanneer de gebeden zijn versleten,
Blijkt het onkruid over de rommel te zijn opgeschoten.

When I visited Fort Edam for the first time in my life, a poem of the Flemish poet Paul van Ostaijen* came to my mind.
I wanted to make ‘something’ that goes from inside out & visa-versa.
A sign of freedom. That is why I use Tibetan praying flags.
This installation is built with used materials, materials with a history, not obvious for the spectator, but very personal.‘AFTER THE BEATING OF THE DRUMS
BECAME LIKE RUSTLING OF THE GRASS….
AFTER THE PRAYERS HAVE WORN OUT BY THE WIND
WILD WEED HAS GOWN BETWEEN THE GARBAGE…’

*wikipedia
Van Ostaijen was born in Antwerp, 1896. His poetry shows influences from Modernism, Expressionism, Dadaism and early Surrealism, but Van Ostaijen’s style is very much his own.
Van Ostaijen was an active flamingant, a supporter of Flemish independence. Because of his involvement with Flemish activism during World War I, he had to flee to Berlin after the war.
In Berlin—one of the centers of Dadaism and Expressionism—he met many other artists. He also struggled through a severe mental crisis. Upon returning to Belgium, Van Ostaijen opened an art gallery in Brussels.
He died of tuberculosis in 1928 in a sanatorium in Miavoye-Anthée, in the Wallonian Ardennes.